Toen Br. Philibertus nog Piet van Doornewaard was

Broeder Philibert Petrus Johannes van Doornewaard, geboren te Amsterdam op 6 juli 1908. Sedert 3 augustus 1924 broeder van Saint Louis te Oudenbosch en aldaar op 12 november 1987 overleden. Zijn levensverhaal werd door broeder Lambert Calis opgetekend in januari 1991 in het contactblad “Ons Leven” van de Broeders van Saint Louis:

Het gebeurt wel eens, dat we mensen vereenzelvigen met een begrip, omdat dit op een belangrijk deel van hun leven betrekking heeft. Iets dergelijks is aan de hand als we de naam van Philibert te berde brengen. Het zal velen niet vreemd in de oren klinken als we zijn naam verbinden aan MCC. We duren met zekerheid te stellen dat dit begrip belichaamd werd in zijn persoon (die in Laren alleen maar gekend wordt onder de naam van br. Philibertus). Voor wie minder bekend is met zijn leven zal in de loop van het verhaal duidelijk worden waarom we aan deze vereenzelviging denken.”

Op 5 november 1903 trouwde Wilhelmus van Doornewaard (34), weduwnaar van Elisabeth Catharina Maria Bakker, in Amsterdam met Maria Kuijper (27). Vader Wilhelmus, op 13 januari 1869 geboren te Amsterdam, was ambtenaar bij de PTT. Hij was ernstig en hij bezat een diep geloof. Zo is bekend, dat een jongere collega getroffen werd door het geloof van vader Wilhelmus; en ondanks het feit dat deze collega was opgegroeid in een protestants gezin, ging hij -door het voorbeeld van vader – over naar het katholicisme. Jaren later zou deze collega trouwen met de jongste zus van br. Kees Bakker.

Moeder Maria, op 28 december 1875 geboren te Zutphen, was vrolijk van aard; zij zag alle dingen en gebeurtenissen graag van de vrolijke kant. Het gezin woonde in Amsterdam aan de Nieuwe Leliestraat 115 en het telde elf kinderen: zes jongens en vijf meisjes. Drie kinderen zijn door ziekten vroegtijdig overleden.

nieuwe-leliestraat-115-amsterdam-oud2
nieuwe-leliestraat-115-amsterdam-voor Nieuwe Leliestraat 115 te Amsterdam: de twee ramen waar de witte auto voor geparkeerd staat. Het huis ziet er aan de buiten kant nog steeds zo uit, er staat nu een fiets voor de ramen.

Vader en moeder hadden heel wat te stellen met hun kroost. Eén van hen herinnert zich de soms kleinschalige ruzietjes tussen de kinderen onderling, alhoewel de sfeer hartelijk was. En dan kon het wel eens gebeuren dat één van de heiligenbeelden (die in diverse maten in huis stonden) het mee moest ontgelden.

Vader ging regelmatig ter kerke en hij nam zijn zoons Ben, Cor en Piet mee. Dat was overigens een grappig gezicht: pa, een beetje corpulent, liep voorop, terwijl zijn jongens er schuin achter kwamen en hem probeerden bij te houden.

Van Piet is bekend dat hij vurig kon zijn; vooral als hem onrecht werd aangedaan, groeide de lichte blos op de wangen aan tot een hoogrode kleur.

De jongens volgden het onderwijs aan de Sancta Mariaschool op de Prinsengracht, waar al sinds het begin van deze eeuw les werd gegeven door de broeders van Oudenbosch. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog volgde Piet daar het onderwijs, maar hij deed er meer dan dat. Tussen de middag en ook na schooltijd was hij er altijd te vinden en soms ging hij ook mee naar het broederhuis.

prinsengracht-29-amsterdam-school2

In september 1901 opende op de Prinsengracht 29 te Amsterdam de r.-k. “Broederschool voor lager en uitgebreid lager onderwijs Sancta Maria, afdeling Burgerschool”, een lagere school voor burgerjongens. Er werd les gegeven door de broeders van Oudenbosch. De school heeft het zeker tot in de jaren 60 volgehouden aan de Prinsengracht.

Het is dus niet te verwonderen dat hij graag het leven met deze broeders wilde delen. Vader en moeder waren niet verbaasd over zijn beslissing en zo ging Piet in 1922 naar Oudenbosch. Enkele jaren later zou zijn broer Cor hem volgen, die tot 1948 in de congregatie werkte onder de naam van Broeder Tibertius.

Als veertienjarige stapt Piet van Doornewaard Oudenbosch binnen, een blos op de wangen, en een matrozenpakje aan. Hij mag direct aan de kweekschoolstudie beginnen en hij woont al meteen op Sancta Maria, waar enkele maanden later het postulaat zal beginnen (= vooropleiding van het noviciaat). Een half jaar later ziet hij alle juvenisten komen, vijftien in getal, die samen met hem zullen worden opgeleid.

De studie aan de kweekschool loopt nog anderhalf jaar door. Dit is een jaar langer dan normaal, maar dat komt omdat die opleiding wordt omgezet van ‘maart-school’ naar ‘september-school’. Zodoende voegt zich nog een nieuwe groep bij de bestaande en ‘het grote jaar’ is geboren: dertig jongemannen beginnen op 3 augustus 1924 aan hun noviciaat.

Uiterlijk zijn er enkele kenmerken waar te nemen: de novicen komen enige jaren niet meer thuis, ze krijgen een toog aan (al waren het vaak afdankertjes van anderen) en ze ontvangen een nieuwe naam; Piet heet van nu af aan Br. Philibertus, de naam die hijzelf later zou veranderen in Philibert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *