Broeder Philibertus komt naar Laren

Tijdens zijn noviciaat komt Broeder Philibert over als stil, rustig. Zonder ook maar een spoor van gespannenheid doet hij wat gedaan mag en moet worden: hij speelt, werkt, studeert en is vriendelijk voor allen met wie hij omgaat. Een enkele keer wordt hij vurig als hem of anderen onrecht wordt aangedaan, zijn ogen en de blos op de wangen spreidt die vurigheid mede ten toon.

Blijkbaar is de leiding goed, want op twee na leggen allen op 4 augustus 1925 de eerste professie af. De groep die aan de kweekschool studeert, verhuist van Amsterdam naar Saint Louis, waar ze als jonge broeder (junioren) onder leiding komen van br. Gervasius Ham. Naast de studie is er veel afwisseling: er worden muziekavonden georganiseerd, lezingen en voordrachten kunnen worden gehouden, ja, er is zelfs een discussieclub.

In 1926 trekt één medebroeder zich terug, hij kiest een andere levensstaat. Alle anderen leggen in de grote kapel hun geloften af voor vijf jaar. De familie Van Doornewaard is erbij aanwezig en biedt een bijzonder cadeau aan: geborduurde randen voor altaardwaal (linnen doek ter bedekking van het altaarblad), superplies (koorhemd) en albe (witte onderkleed dat gedragen wordt onder gewaden).

Enkele jaren later, in 1929, behaalt Philibert zijn diploma’s voor godsdienst (12 februari) en voor onderwijzer (2 juli), waardoor hij een plaats kan krijgen aan één van de vijftien lagere scholen, die de broeders in Nederland leiden.

St. Aloysiusschool Laren, nu De Binckhorst

Het wordt Laren, de St. Aloysiusschool aan de Eemnesserweg. En er gebeurt iets zeer opmerkelijks (hetgeen pas in 1966 uitgesproken kan worden): Philibert zal zevenendertig jaar in dit Gooise dorp blijven wonen en werken; en dat terwijl velen juist vaak verplaatst werden. Nog weer acht jaar later zal iemand opmerken: “Philibert was daar geen Larinees meer (= iemand, die van buiten in het dorp komt wonen), hij was Laarder met de Laarders geworden”. Uit deze geboden feiten vloeit min of meer voort dat de taken die Philibert moet en mag doen, succesvol blijken te zijn.

Denk nu niet, dat alles zomaar van een leien dakje gaat. Neem bijvoorbeeld het onderwijs, de eerste taak waarvoor hij en zijn medebroeders aangesteld zijn. Allereerst is er het Larense dialect dat zo is ingeburgerd, dat velen die taal beter verstaan en schrijven dan het algemeen beschaafd Nederlands. Daarnaast is bekend dat Philibert geen onderwijzer is in hart en nieren. Hij heeft soms wat moeite met de orde, moppert dan wat en krijgt het best weer rustig in de klas, alleen al om het feit dat de jongens gaandeweg achting voor hem krijgen, want goedmoedigheid is zijn kracht.

Naast de dagelijkse schooltaak zijn de buitenschoolse activiteiten van belang: de jongens worden van de straat gehouden en leren tevens nog iets nuttigs, al dan niet in samenwerkingsverband. Er zijn heel wat mogelijkheden en we noemen de handenarbeidclub, de voetbalclub L.V.V. en de activiteiten in het patronaatsgebouw (de oude ‘Schering en Inslag’ nu kinderopvang Koningskinderen). In 1931 komt daar een mogelijkheid bij: br. Sebastianus van Campenhout richt een mondorgelclub op. Aanvankelijk is Philibert daar niet bij betrokken, want hij heeft veel bemoeienis met L.V.V.: alle woensdagmiddagen kan men hem daar op de velden vinden en als het nodig is fluit hij een wedstrijd (hij heeft hiervoor zelfs zijn eigen fluit gemaakt, die uit drie verschillende pijpjes bestaat).

1933 Broeder Sebastianus met MCC op pad

In 1934 krijgt br. Sebastianus een andere standplaats en Philibert wordt gevraagd zijn schouders onder diens werk te zetten. Hij draagt zijn taak bij L.V.V. over aan zijn medebroeders, onder wie br. Achillus Domen, en wordt de enthousiaste leider van de mondorgelclub.

De hoofdtaak van br. Philibert is nog steeds het onderwijs, het levenswerk echter wordt de M.C.C. Het zal niet lang duren of het lidwoord ‘de’ wordt een bezittelijk voornaamwoord: spoedig heeft men het in Laren over br. Philibertus en zijn M.C.C.

Gelukkig voor hem en zijn M.C.C. krijgt Philibert spoedig hulp van een medebroeder, Albericus van Betten, die in 1937 benoemd wordt voor Laren en die weldra zijn rechterhand wordt.

Er komt heel wat bij kijken, voordat de eerste noot gespeeld kan worden. Hele boeken schrijft Philibert vol in cijferschrift (c=do=1; g=sol=5; enz.) Staat de muzieknotatie in c, dan wordt met een zwarte stift geschreven, de g-notatie wordt in het blauw genoteerd.

Muziekboek uit 1949 echter wel met het door Broeder Philibertus geïntroduceerde notenschrift

Dan blijkt, dat het geluid van de mondorgels niet ver genoeg draagt, wel binnenskamers maar niet op route. De veneta’s worden ingevoerd (= driedubbele mondorgels, die ook dienen om de klankkleur te verbeteren) en er wordt een bescheiden begin gemaakt met trommels, grote en kleine, waarvoor ook weer partijen moeten worden uitgeschreven.

Selectie van mondorgels waarmee werd gespeeld

Philibert geeft les aan de oudsten, Albericus aan de jongeren. Soms valt Philibert even uit zijn rol: als de jongens niet voldoende aandacht hebben, kan hij even driftig met het stokje op de lessenaar slaan of zelfs – wat een enkele keer gebeurt en een grote indruk maakt – boos weglopen; maar snel is hij weer terug, want haatdragend is hij niet.

Uit het levensverhaal van Broeder Philibertus, opgetekend door broeder Lambert Calis in het contactblad “Ons Leven” in januari 1991 van de Broeders van Saint Louis.

Toen Br. Philibertus nog Piet van Doornewaard was

Broeder Philibert Petrus Johannes van Doornewaard, geboren te Amsterdam op 6 juli 1908. Sedert 3 augustus 1924 broeder van Saint Louis te Oudenbosch en aldaar op 12 november 1987 overleden. Zijn levensverhaal werd door broeder Lambert Calis opgetekend in januari 1991 in het contactblad “Ons Leven” van de Broeders van Saint Louis:

Het gebeurt wel eens, dat we mensen vereenzelvigen met een begrip, omdat dit op een belangrijk deel van hun leven betrekking heeft. Iets dergelijks is aan de hand als we de naam van Philibert te berde brengen. Het zal velen niet vreemd in de oren klinken als we zijn naam verbinden aan MCC. We duren met zekerheid te stellen dat dit begrip belichaamd werd in zijn persoon (die in Laren alleen maar gekend wordt onder de naam van br. Philibertus). Voor wie minder bekend is met zijn leven zal in de loop van het verhaal duidelijk worden waarom we aan deze vereenzelviging denken.”

Op 5 november 1903 trouwde Wilhelmus van Doornewaard (34), weduwnaar van Elisabeth Catharina Maria Bakker, in Amsterdam met Maria Kuijper (27). Vader Wilhelmus, op 13 januari 1869 geboren te Amsterdam, was ambtenaar bij de PTT. Hij was ernstig en hij bezat een diep geloof. Zo is bekend, dat een jongere collega getroffen werd door het geloof van vader Wilhelmus; en ondanks het feit dat deze collega was opgegroeid in een protestants gezin, ging hij -door het voorbeeld van vader – over naar het katholicisme. Jaren later zou deze collega trouwen met de jongste zus van br. Kees Bakker.

Moeder Maria, op 28 december 1875 geboren te Zutphen, was vrolijk van aard; zij zag alle dingen en gebeurtenissen graag van de vrolijke kant. Het gezin woonde in Amsterdam aan de Nieuwe Leliestraat 115 en het telde elf kinderen: zes jongens en vijf meisjes. Drie kinderen zijn door ziekten vroegtijdig overleden.

nieuwe-leliestraat-115-amsterdam-oud2
nieuwe-leliestraat-115-amsterdam-voor Nieuwe Leliestraat 115 te Amsterdam: de twee ramen waar de witte auto voor geparkeerd staat. Het huis ziet er aan de buiten kant nog steeds zo uit, er staat nu een fiets voor de ramen.

Vader en moeder hadden heel wat te stellen met hun kroost. Eén van hen herinnert zich de soms kleinschalige ruzietjes tussen de kinderen onderling, alhoewel de sfeer hartelijk was. En dan kon het wel eens gebeuren dat één van de heiligenbeelden (die in diverse maten in huis stonden) het mee moest ontgelden.

Vader ging regelmatig ter kerke en hij nam zijn zoons Ben, Cor en Piet mee. Dat was overigens een grappig gezicht: pa, een beetje corpulent, liep voorop, terwijl zijn jongens er schuin achter kwamen en hem probeerden bij te houden.

Van Piet is bekend dat hij vurig kon zijn; vooral als hem onrecht werd aangedaan, groeide de lichte blos op de wangen aan tot een hoogrode kleur.

De jongens volgden het onderwijs aan de Sancta Mariaschool op de Prinsengracht, waar al sinds het begin van deze eeuw les werd gegeven door de broeders van Oudenbosch. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog volgde Piet daar het onderwijs, maar hij deed er meer dan dat. Tussen de middag en ook na schooltijd was hij er altijd te vinden en soms ging hij ook mee naar het broederhuis.

prinsengracht-29-amsterdam-school2

In september 1901 opende op de Prinsengracht 29 te Amsterdam de r.-k. “Broederschool voor lager en uitgebreid lager onderwijs Sancta Maria, afdeling Burgerschool”, een lagere school voor burgerjongens. Er werd les gegeven door de broeders van Oudenbosch. De school heeft het zeker tot in de jaren 60 volgehouden aan de Prinsengracht.

Het is dus niet te verwonderen dat hij graag het leven met deze broeders wilde delen. Vader en moeder waren niet verbaasd over zijn beslissing en zo ging Piet in 1922 naar Oudenbosch. Enkele jaren later zou zijn broer Cor hem volgen, die tot 1948 in de congregatie werkte onder de naam van Broeder Tibertius.

Als veertienjarige stapt Piet van Doornewaard Oudenbosch binnen, een blos op de wangen, en een matrozenpakje aan. Hij mag direct aan de kweekschoolstudie beginnen en hij woont al meteen op Sancta Maria, waar enkele maanden later het postulaat zal beginnen (= vooropleiding van het noviciaat). Een half jaar later ziet hij alle juvenisten komen, vijftien in getal, die samen met hem zullen worden opgeleid.

De studie aan de kweekschool loopt nog anderhalf jaar door. Dit is een jaar langer dan normaal, maar dat komt omdat die opleiding wordt omgezet van ‘maart-school’ naar ‘september-school’. Zodoende voegt zich nog een nieuwe groep bij de bestaande en ‘het grote jaar’ is geboren: dertig jongemannen beginnen op 3 augustus 1924 aan hun noviciaat.

Uiterlijk zijn er enkele kenmerken waar te nemen: de novicen komen enige jaren niet meer thuis, ze krijgen een toog aan (al waren het vaak afdankertjes van anderen) en ze ontvangen een nieuwe naam; Piet heet van nu af aan Br. Philibertus, de naam die hijzelf later zou veranderen in Philibert.

Een nieuwe stip

Het is lastig om als nieuwkomer of herintreder een plekje te veroveren op de lijst van deelnemers aan het Wereld Muziek Concours te Kerkrade. Helaas zal MCC in 2017 niet mee doen aan het WMC. De organisatie heeft door de vele inschrijvingen besloten om de korpsen uit de basisklasse toch niet te laten deelnemen aan de showwedstrijden.

Heel begrijpelijk wil de organisatie het liefst allemaal top bands presenteren in het Parkstad Limburg Stadion van Kerkrade. Net als bijvoorbeeld bij sportwedstrijden moet je eerst laten zien wat je waard bent alvorens je naar het WK mag. Precies hetgeen MCC dus moet gaan doen deze aankomende vier jaar. Showbands die goed scoren op wedstrijden worden vaker gevraagd door organisaties van taptoes en andere evenementen. Hoe zichtbaarder je bent als band, hoe meer kans je maakt op een plekje bij het WMC.

Het leverde in ieder geval een pittige discussie op tijdens de vergadering van onze muziek- en showcommissie. Wat gaan we doen. Wat moet er beter, anders, leuker enz.. In ieder geval worden een aantal onderdelen van de show vereenvoudigd zodat het duidelijker wordt voor de leden en daardoor ook beter uitvoerbaar. We hebben inmiddels gezien dat de showkorpsen het zichzelf helemaal niet zo moeilijk maken. Gewoon stil staan op moeilijke muziekmomenten, de helft van het veld gebruiken zodat iedereen elkaar goed kan horen en een rustmoment voor de blazers inlassen door slagwerkstukken of dansjes. Moet lukken.

De twee intochten van Sinterklaas hebben ons weer laten zien dat kleine showelementen in het straatrepertoire niet alleen leuk zijn voor het publiek, maar ook voor de leden zelf. De nu uitgevoerde oprolcounter is ooit bedacht toen we op zoek waren naar figuren voor de straatshow in Lady Ga Ga. Die straatshow is uitgegroeid tot een complete show waardoor hij lastig uitvoerbaar en te onderhouden is. Eenvoud is de kracht. Door het continu uitvoeren van korte andere bewegingen dan recht vooruit lopen blijf je alert tijdens een optocht. Je krijgt response van het publiek en als vanzelf sta je dan “rechter achter je stropdas” en voer je de exercitie ook beter uit. Zoals onze oud voorzitter Bert Noij altijd zei: “Actie geeft Reactie!”.

Sinterklaasintocht Laren
De oprolcounter tussen het publiek in Laren

De Kerstperiode is een periode van bezinning. Wie weet wat voor mooie ideeën in deze tijd naar boven komen borrelen die we kunnen verwerken in onze optredens.

Een veel besproken feest

Het begint dit jaar vroeg, het Sinterklaasfeest. Op 12 november kwam de Sint en zijn Pieten aan in Maassluis. Daar heb ik niet veel van gezien. Wij waren na een aantal jaar afwezigheid weer van de partij bij de Sinterklaasintocht in Amstelveen. Daar komt Sinterklaas als eerste naar toe nadat hij voet aan wal heeft gezet in Nederland. Het is een lange intocht maar wel altijd tot in de puntjes geregeld.

Voor een drietal leden was het een spannende tijd. Onze twee aspirantleden mochten dit jaar voor het eerst met de A-band mee met een optreden buiten het veilige eigen dorp. Ergens naar toe waar ze de omstandigheden niet kennen en waar ze niet weten wat er allemaal gaat gebeuren. Een klein beetje zenuwachtig waren ze wel. Zonder enige wanklank hebben ze hun beste beentje voor gezet en alles mee gelopen en mee gespeeld. De intocht in Laren volgende week wordt een eitje voor ze. Op naar een echt uniform en vaste deelname aan alle optredens.

Het eerste optreden van Miranda Vos als tambourmaitre van MCC
Het eerste optreden van Miranda Vos als tambourmaitre van MCC

De derde die de nacht er voor niet had geslapen is onze nieuwe tambourmaitre Miranda Vos. Hier had ze al heel lang naar uit gekeken. En ja als het moment daar is denk je toch heel even “kan ik nog terug?”. Maar nee, ze heeft onder begeleiding van Anton de tambourmaitre stok heel waardig van hem overgenomen. Miranda heeft vanaf het eerste moment resoluut de pas er in gezet en alles uitgevoerd wat Anton haar heeft geleerd. Ze had helaas niet veel uitzicht met dat uiterst langzaam rijdende busje voor haar. Daardoor moesten wij de hele tocht met kleuterpasjes lopen. Nergens konden we even lekker voluit lopen. En neem van mij aan, dat is behoorlijk slopend. De groepen achter in de optocht hebben heel veel stil moeten staan. Dat is dan een klein verbeterpuntje voor de organisatie.

Het was langs de route gezellig druk. Heel veel enthousiaste kinderen en ouders. Ze hebben ook van alles te zien want er doen naast MCC ook nog drie Pietenbands mee, zo’n 150 Pieten die van allerlei kapriolen uithalen, en natuurlijk Sinterklaas op z’n paard begeleid door echte lakeien.

Kortom Amstelveen het was gezellig en wie weet tot volgend jaar!

Voorbereiden op de wedstrijd

Zaterdag 5 november gaan we voor de tweede keer mee doen aan een showwedstrijd, dit keer in Schiedam. Nog steeds, zoals ik dat uit het verleden ook ken, is het deelnemersveld aan de marswedstrijden groter dan die van de showwedstrijden. Het is altijd leuk om te zien wat voor show de collega verenigingen brengen en om enigszins nog een stukje competitie te hebben, en dat wordt lastig als er in totaal maar vier showkorpsen mee doen, waarvan twee in onze klasse uitkomen. Dit staat in schril contrast met de 23 muziekverenigingen die mee doen aan het mars gedeelte. Ons hoofddoel voor deze wedstrijd is om te kijken of de jury de kleine verbeteringen in onze show ziet en wat ze er van vinden.

We zijn hard aan het werk om de details goed uit te voeren en dat vergt veel discipline. Vooral van onszelf. Door de vereniging wordt heel veel georganiseerd om goed te kunnen oefenen. MCC maakt hier budget voor vrij, en wij als leden moeten de tijd er voor vrij maken. En uiteraard alles aanleren, onthouden, uit ons hoofd kennen, uitvoeren zoals gewenst en dat iedere keer weer opnieuw. Hulpmiddelen hiervoor zijn, naast de voor muzikanten bekende bladmuziek, de ‘dot-sheets’, pen en notitieboekje.

Onmisbare hulpmiddelen voor het instuderen van de show
Onmisbare hulpmiddelen voor het instuderen van de show

De dot-sheets komen uit het computer programma waarin onze show is geschreven. Animatie muzikanten lopen de show op de muziek die er bij gespeeld moet worden. Een prima hulpmiddel om te kunnen zien wat de ontwerper voor ogen heeft gehad. Per spelend lid wordt een A4tje uitgegeven waar exact op staat van waar naar waar je moet lopen en in hoeveel tellen. Hiermee lopen we tijdens het oefenen rond in het speelveld en voeren een soort van zeeslagje uit, het welbekende spel van vroeger. Je loopt van twee-achter-H-op-35 naar twee-achter-F-op-50, althans zo start mijn aandeel in de show.

Vandaag zijn we de hele dag  in de Dudok sporthal in Hilversum aan het werk geweest. We moeten nu van alleen lopen via de coördinaten, naar het bewust maken van de figuren. Waar sta je in het veld, hoe sta je ten opzichte van je buurman, zie je een lijn, cirkel of is het chaos. Bij de laatste weet je zeker dat het niet goed is.

Er is van 10 tot half 4 hard gewerkt. Het viel niet mee om zo lang geconcentreerd bezig te zijn. Er zijn heel veel aanwijzingen gegeven door onze drie instucteurs. Soms duizelt het je allemaal een beetje. Hopelijk komt alles op het juiste moment weer boven als we maandagavond bij de Hockey het geheel nog een keer doornemen.

We gaan ervoor zaterdag!

Show oefenen in Dudok Arena Hilversum
Kom jij de A-band versterken op de hoorn, trompet of trombone?

 

MCC een springlevende 85-jarige

In mei hebben we al publiekelijk gevierd, met de jubileumtaptoe en de muziekmiddag, dat we 85 jaar bestaan. De leden van de A-band hebben die avond een nieuw uniform cadeau gekregen. Nou ja gekregen, we mogen het met trots dragen tijdens de optredens. We hebben zelf ook hard mee gewerkt om het benodigde geld op tafel te krijgen. Er zijn diverse acties verzonnen en georganiseerd om de portemonnees van familie, vrienden en niets vermoedend publiek leeg te schudden.

Maandag was MCC eindelijk echt jarig. Op 17 oktober was het officieel 85 jaar geleden dat de Mondorgel Club Crescendo werd opgericht door Broeder Sebastianus. Alhoewel Broeder Philibertus zich pas drie jaar later aansloot bij MCC, wordt hij toch algemeen beschouwd als vader van de vereniging. Velen kennen hem nog persoonlijk. De generatie die zijn naam alleen in verhalen van ouders of oud-leden heeft horen vallen begint groter te worden binnen de vereniging. Maar dat neemt niet weg dat deze kleine grote man nog altijd in het gedachtengoed van MCC voortleeft.

1949-5-15-concours-laren-op-de-speelplaats-bij-de-aloysius-school-14-1024x625
MCC tijdens het concours in Laren op 15 mei 1949 op het schoolplein voor het verenigingsgebouw Schering & Inslag.

MCC Next houdt onze geschiedenis actief in ere. Zij spelen de nummers van weleer onder leiding van Cees Bus. Tenminste de muziek vanaf het moment dat de vereniging is afgestapt van de mondorgels. De laatste die dit instrument nog met enige regelmaat bespeelt is oud MCCer Wiet van Kesteren. Afgelopen zondag heeft ook hij afscheid genomen van zijn mondharmonica. De door hem opgerichte Dans & Swingband had een mooi afscheidsconcert voor hem georganiseerd waarbij ook MCC Next als verrassing voor hem kwam spelen.

scan10236-1980-duitsland-1024x750
Wiet van Kesteren met een dubbelrol als schuifspelende tambour-maître bij een optreden in Duitsland in 1980
img_0743-1024x683
MCC Next brengt een serenade aan Wiet en Hennie van Kesteren

Met een klein beetje terughoudendheid is MCC Next ontstaan uit de OudLedenBand, samengesteld ten behoeve van het 75 jarig jubileum van MCC. Het is leuk om te zien hoeveel succes de band nu heeft. Next organiseert nu één keer per jaar in maart een vriendenconcert samen met een collega muziekvereniging.

Als je jarig bent wordt er getrakteerd. De visite bestond uit leden en instructeurs van Jong MCC en de A-band. Onze nieuwe secretaris Miranda Vos had heerlijke tompouce besteld met ons mooie logo er op. Een klein beetje feest dus, zonder toespraken, zonder poespas. Het echte verjaardagsfeest is zaterdag. Met een live band en het thema “Top MCC”. Ben benieuwd welk nummer van MCC op 1 staat.

85-jaar-gebak1

Van je hobby een blog maken

Hier is hij dan, mijn eerste blog over mijn belevenissen bij MCC. Best spannend, maar goed ik had me voorgenomen iets meer aan PR te gaan doen voor mijn club, dus bij deze.

Wie ben ik? Ik ben lid van de A-band van Drum- & Showband MCC. Ik speel bekkens, zit in de Muziek- & Showcommissie, houd de website, de Facebook- en twitterpagina bij en ben net gestopt met 30 jaar bestuur. Tijd om achterover te leunen? Welnee, gewoon weer met wat nieuws beginnen.

Vorig jaar hebben wij, de leden van de Muziek- & Showcommissie, ons voorgenomen om MCC weer te laten deelnemen aan het Wereld Muziekconcours (WMC) te Kerkrade. MCC heeft daar een rijke historie liggen op het gebied van marswedstrijden. De A-band heeft echter nog nooit op het WMC aan de showwedstrijden mee gedaan. En daar komt nu hopelijk verandering in.

Om dit doel te bereiken is een nieuwe show geschreven vol met nieuwe elementen, althans voor ons dan. Deze show werd voor het eerst gelopen tijdens onze eigen jubileumtaptoe op 7 mei 2016, en daarna voor het eerst voorzien van commentaar door een deskundige jury tijdens het ODSC in Assen. De eerste verbeter ideeën waren geboren.

Inmiddels is de inschrijving bij het WMC een feit en zijn we in afwachting van het bericht of we daadwerkelijk mogen deelnemen. Best spannend.

Ons derde showoptreden tijdens de Taptoe voor KiKa op Urk kwam niet geheel goed uit de verf. Voor een deel waren de slechte weersomstandigheden en de weerklank op het veld hier debet aan. Maar op de film zijn genoeg individuele verbeterpuntjes te zien.

Wel is het heel wrang om na deze taptoe voor KiKa uit de media te moeten vernemen dat de korrels waarmee kunstgrasvelden worden ingestrooid kankerverwekkend kunnen zijn. Speciaal kinderen lopen een hoog risico omdat zij vaker over de grond rollen dan de volwassen voetballers. En wij waren die avond juist heel blij dat de taptoe op een kunstgrasveld werd gehouden. Dit betekende voor ons nou juist minder struikel gevaar.

Ook het WMC in Kerkrade wordt op een strak kunstgrasveld gehouden. Ben benieuwd hoe ze daar verder mee omgaan. Na de taptoe op Urk vonden we op onze slobkousen en zelfs op de instrumenten de korreltjes ook terug. Niet alarmerend, maar wel stof tot nadenken.

Taptoe Urk